Hechting

Hechting

De laatste tijd kom ik regelmatig artikelen tegen over de invloed van hechting in de eerste levensjaren.

De eerste theorieën over hechting zijn geformuleerd door Bowlby. Uit onderzoeken die hij deed kwamen 3 hechtingsstijlen naar voren:

* veilig gehecht

* angstig gehecht

* vermijdend gehecht

Mensen met een vermijdende hechtingsstijl zijn geneigd emotioneel afstand te houden tot andere mensen. Angstig gehechte mensen zijn bang door anderen afgewezen te worden, maar willen wel contact met anderen. Het spreekt voor zich dat als je vermijdend in het leven staat, alle nieuwe stappen nogal wat van je vragen. Angstig gehechte mensen willen juist wel graag verbinding dus nemen wel nieuwe stappen, maar ondervinden daarbij stress.

Uit hersenonderzoek is gebleken dat de hersenen neurologische ‘paden’ ontwikkelen onder invloed van de hechting, waarbij de stijl verschillende paden tot gevolg heeft. Pijnlijke ervaringen, bijvoorbeeld van afwijzing, maken dat er een bescherming wordt ontwikkeld en dat er andere paden worden bewandeld. Het zenuwstelsel kan ook zo ontwikkelen dat er voortdurend alertheid is.

Er bestaat een sympatisch en een para-sympatisch zenuwstelsel. Het sympatische deel is voor de actie, hoort bij de alerte staat. Het para-sympatische deel hoort bij het ontspannen, de rust en het herstel.

Als het sympatische zenuwstelsel te actief is, kan er overspannenheid ontstaan en een gebrek aan herstel.

Bij burn-out is dit het geval; te weinig herstel, te weinig opladen van de energie met uitputting tot gevolg.

Wat kun je doen aan de gevolgen van een problematische hechting?

Het is altijd ondersteunend om te zorgen dat het para-sympatische zenuwstelsel voldoende ingeschakeld wordt. Dit kan heel goed met ademtraining.

Verder zijn er steeds meer therapieën ontwikkeld die gericht zijn op het veranderen en verbeteren van de neurologische ‘paden’ of circuits in de hersenen.

Er bestaan invasieve therapieën die heel direct iets in de hersenen doen. En er bestaan therapieën via visuele, auditieve, tactiele stimulatie en gesprekken gaan.

Zo is er EMDR, waarbij er op gebied van traumatische herinneringen veranderingen plaatsvinden in de hersenen.

Er is neurofeedback, waarbij je hersenactiviteit verandert: dat kan bestaan uit meer concentratiehersengolven (bêta) en minder slaapgolven (thêta).

En ook bij gesprekstherapie kunnen de paden of circuits in de hersenen verlegd worden.