Trauma

In het veelomvattende boek Traumasporen van Bessel van der Kolk staan voor mij heel veel herkenbare opmerkingen over trauma.

Hij bespreekt ongebruikelijke therapievormen, onderzocht op werkzaamheid bij het veranderen van de sporen van trauma of PTSS in het lichaam. Zo vond hij wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van yoga, mindfulness ademtraining en last but not least neurofeedback!

Eerder las ik niet veel over de toepassing van neurofeedback bij de gevolgen van trauma. Gezien het effect van trauma op het functioneren van de hersenen, is het eigenlijk wel heel logisch dat je er met neurofeedback ook wat aan kunt doen. Hij noemt dit herbedrading van de hersenen.

Er is een groot verschil tussen trauma dat bij kleine kinderen herhaaldelijk plaatsvindt en een eenmalige traumatische gebeurtenis in volwassenheid.

Bij misbruik dat herhaaldelijk plaatsvindt, met name door een persoon die vertrouwd wordt, ontwikkelen de hersenen anders dan normaal. Er ontstaat een heel systeem van overleving, met andere hersenverbindingen. Vaak ontstaan er leerproblemen doordat de hersenen niet toekomen aan leren. Hoe ingrijpender hoe complexer de behandeling.

Behandeling van trauma of PTSS gaat via verschillende vormen. Er is vaak sprake van hypo- of hyperarousal in de hersenen en de rest van het lichaam en met yoga/ mindfulness/ademtraining/EMDR en/of neurofeedback kan aan regulatie daarvan worden gewerkt. In de rechter temporale hersenen, ook het angstcentrum genoemd, is er vaak overmatige activiteit. Door via neurofeedback deze activiteit af te remmen, kun je de angst verminderen. Daarnaast is er teveel trage hersengolfactiviteit (Delta en Theta), met name in het frontale gedeelte waardoor er concentratieproblemen zijn. Dit lijkt op wat er aan de hand is bij AD(H)D en kan dus ook met neurofeedback behandeld worden. Als dit heeft geleid tot een meer stabiel zelfgevoel, kan er gewerkt worden aan problemen in het dagelijks leven met vormen van ‘praat’ of ‘spel’ therapie.

Hechting

Hechting

De laatste tijd kom ik regelmatig artikelen tegen over de invloed van hechting in de eerste levensjaren.

De eerste theorieën over hechting zijn geformuleerd door Bowlby. Uit onderzoeken die hij deed kwamen 3 hechtingsstijlen naar voren:

* veilig gehecht

* angstig gehecht

* vermijdend gehecht

Mensen met een vermijdende hechtingsstijl zijn geneigd emotioneel afstand te houden tot andere mensen. Angstig gehechte mensen zijn bang door anderen afgewezen te worden, maar willen wel contact met anderen. Het spreekt voor zich dat als je vermijdend in het leven staat, alle nieuwe stappen nogal wat van je vragen. Angstig gehechte mensen willen juist wel graag verbinding dus nemen wel nieuwe stappen, maar ondervinden daarbij stress.

Uit hersenonderzoek is gebleken dat de hersenen neurologische ‘paden’ ontwikkelen onder invloed van de hechting, waarbij de stijl verschillende paden tot gevolg heeft. Pijnlijke ervaringen, bijvoorbeeld van afwijzing, maken dat er een bescherming wordt ontwikkeld en dat er andere paden worden bewandeld. Het zenuwstelsel kan ook zo ontwikkelen dat er voortdurend alertheid is.

Er bestaat een sympatisch en een para-sympatisch zenuwstelsel. Het sympatische deel is voor de actie, hoort bij de alerte staat. Het para-sympatische deel hoort bij het ontspannen, de rust en het herstel.

Als het sympatische zenuwstelsel te actief is, kan er overspannenheid ontstaan en een gebrek aan herstel.

Bij burn-out is dit het geval; te weinig herstel, te weinig opladen van de energie met uitputting tot gevolg.

Wat kun je doen aan de gevolgen van een problematische hechting?

Het is altijd ondersteunend om te zorgen dat het para-sympatische zenuwstelsel voldoende ingeschakeld wordt. Dit kan heel goed met ademtraining.

Verder zijn er steeds meer therapieën ontwikkeld die gericht zijn op het veranderen en verbeteren van de neurologische ‘paden’ of circuits in de hersenen.

Er bestaan invasieve therapieën die heel direct iets in de hersenen doen. En er bestaan therapieën via visuele, auditieve, tactiele stimulatie en gesprekken gaan.

Zo is er EMDR, waarbij er op gebied van traumatische herinneringen veranderingen plaatsvinden in de hersenen.

Er is neurofeedback, waarbij je hersenactiviteit verandert: dat kan bestaan uit meer concentratiehersengolven (bêta) en minder slaapgolven (thêta).

En ook bij gesprekstherapie kunnen de paden of circuits in de hersenen verlegd worden.

Neurofeedback bij angst

Angstklachten kunnen met neurofeedback behandeld worden.

Als behandeling is er ook neurofeedback bij angst. Angstgevoelens horen oorspronkelijk bij de overleving en het was heel nuttig om angstig te zijn en iets te kunnen doen wat het beste resultaat in die levensbedreigende situatie opleverde.

Tegenwoordig is het niet meer zo duidelijk waar het nuttig voor is om angstig te zijn. Mensen zijn vooral bang voor onbekende, vreemde situaties. Allerlei gedachten of overtuigingen kunnen de angst groter maken.

In de hersenen zit een gedeelte dat angst reguleert, de amygdala. Het kan zijn dat de amygdala te snel reageert op bijv. geluiden. Dit kan al ontstaan zijn in de babytijd. Het gevolg is dat er bij allerlei signalen gevoelens van angst ontstaan. Het lichaam komt in een staat van alertheid. Als dit vaak gebeurt ontstaat een algeheel stressgevoel en is het heel moeilijk tot rust te komen. Vaak ontstaan er slaapproblemen.

Voor het lichaam is het een zware taak om de angstreacties te reguleren. In rust kan het toekomen aan andere taken zoals herstel. Als je maar blijft stressen, wordt het lichaam ziek en raakt het uitgeput.

Met neurofeedback kun je de hersenen leren de amygdala minder heftig en minder snel te laten reageren. Je geeft de hersenen als het ware feedback op de situatie: het is niet nodig zo angstig te reageren. Als je dit een tijd traint, leer je een nieuwe reactie van meer rust en ontspanning.

Zie onderzoek met MRI scan.

Nu is het met de neurofeedback die wij gebruiken, moeilijker om specifiek de amygdala te bereiken. Wij trainen daarnaast ook met cognitieve gedragstherapie en mindfulness de hersenen om anders om te gaan met gedachten en gezonde reacties te creëren.

Ook de ademhaling heeft effect op het voelen van angst. Door een diepere rustige ademhaling ga je je ook rustiger voelen.

neurofeedback bij angst
neurofeedback bij angst

 

 

Concentratie

Concentratie

Eindelijk is er weer aandacht voor het gegeven dat de concentratie in een kantoortuin minder goed is dan als werknemers alleen werken, zie het artikel in de Intermediair: Weg-met-de-kantoortuin.

Het lijkt heel logisch, maar lange tijd werd de kantoortuin toch als een goede manier gepresenteerd om gezamenlijk aan het werk te gaan.

De teamleider zou daarbij goed overzicht kunnen houden over de werknemers en direct kunnen aansturen waar nodig.

In realiteit was het moeilijk te zien waar aansturing nodig was. Er werd veel overlegd, samengewerkt, of was dat meer een vorm van sociaal verkeer die niet bevorderend was voor het werk?

Ook klaslokalen op de basisschool lijken op kantoortuinen. Vooral als er geen klassikaal les wordt gegeven, maar ieder op zijn eigen niveau werkt en kinderen samen werkjes maken.

Er is altijd rumoer, beweging, kinderen lopen ook in en uit de klas. Voor iedereen is dat onrustig, maar voor prikkelgevoelige kinderen is het heel moeizaam zich te concentreren. Kinderen met AD(H)D of ADD hebben dan veel moeite zich te blijven concentreren op hun eigen werk in plaats van te reageren op alles wat er om hen heen gebeurt.

Er worden vaak oplossingen gevonden in de vorm van meer afsluiten van prikkels van buiten, zoals een koptelefoon of een tafel met afscherming. Soms krijgen ze bijles, 1 op 1 en gaan heel snel vooruit. Ligt dat dan aan de kwaliteit van de bijles of dat er verder geen afleiding is?

Zouden kinderen sneller leren als er meer stilte zou zijn in de klas? Wie weet is het tijd voor stilte oefeningen in de klas.

En wat betreft kantoortuinen,  ik zou zeggen, weg ermee. Waarschijnlijk is een eigen kamer voor elke werknemer te duur.

Dan maar lekker thuis werken. Voor sociaal verkeer een borrel. Voor vergaderen een vergaderruimte.

Werk ze!

(in stilte)

concentratie
concentratie

Neurofeedback voor concentratieproblemen

Steeds meer mensen komen voor neurofeedback vanwege concentratieproblemen.

Gebrek aan concentratie lijkt wel hét probleem van deze tijd. Er is altijd wat te doen, er zijn veel prikkels en we zitten veel achter de computer, op de telefoon en naar televisie te kijken.

Dit kan leiden tot moeite om te focussen, om je aandacht te houden bij wat je op dat moment te doen staat, kortom: concentratieproblemen. Met als resultaat dat er niks uit je handen komt, je bent ongeorganiseerd en vergeet van alles.

Neurofeedback voor concentratieproblemen

Je hoeft geen AD(H)D diagnose te hebben om toch iets aan die concentratieproblemen te willen doen. Er zijn verschillende manieren om het aan te pakken, waaronder neurofeedback; wat is neurofeedback?. Het is een volwaardig alternatief voor het slikken van pillen, zie bijv. het artikel over neurofeedbacktherapie.

Er is de laatste tijd veel onderzoek naar neurofeedback gedaan en de werking van de hersenen. De resultaten zijn wisselend, goed double blind onderzoek is moeilijk uitvoerbaar. Wel blijkt dat de hersenen veel meer te beïnvloeden zijn dan we altijd gedacht hebben. Dat is een hoopvol bericht.

Als er sprake is van ernstige verstoringen in het functioneren van de hersenen, bijvoorbeeld door langdurige stress, dan heeft  neurofeedback onvoldoende invloed. In dat geval moet eerst de verstoring en stress aangepakt worden. Daar zijn specifieke biofeedbackoefeningen voor en cognitieve therapie. In onze AD(H)D behandeling kijken we heel goed naar wat iemand nodig heeft, omdat iedereen uniek is.

Voorafgaand aan de neurofeedback-training vindt een QEEG plaats omdat iedereen een uniek hersenpatroon heeft. Naast de neurofeedback sessies is het van belang om oefeningen in het dagelijks leven toe te passen. Er zijn ook mogelijkheden om je hersenactiviteit zelf te monitoren met speciale headsets. Deze markt is nog steeds in ontwikkeling, zoek goed uit of een bepaalde headset wel echt de informatie oplevert die je graag wilt.

 

Cito stress

Rondom de CITO toetsen heerst een hoop stress.

cito stress
cito stress

 

Oorspronkelijk is het CITO leerlingvolgsysteem bedacht om een leerling in zijn eigen ontwikkeling te volgen. Landelijk worden deze toetsen afgenomen om zo een score te verkrijgen. “Cito stress” verder lezen

Stress

Stress brengt een fysieke reactie bij iemand teweeg. Er kunnen allerlei hormonen worden aangemaakt, waaronder adrenaline. Als iemand langdurig onder stress staat, is er cortisol in het bloed te vinden. Na nog langere tijd komen er ook veranderingen in de hersenen en mogelijk ook in organen. Uiteindelijk raakt iemand uitgeput en daarna volgt de dood. Dat kan overigens een tijdje duren… “Stress” verder lezen

The sea, the sea

De zee neemt, de zee geeft. Soms droom ik over wonen aan het strand, opstaan als de zon opkomt en lopend langs de vloedlijn aangespoelde schatten verzamelen. Van al die mooie dingen maak ik nog mooiere composities. Vroeger woonde ik in Castricum en altijd als ik naar het strand ging, werd ik rustig van de zee. “The sea, the sea” verder lezen