Negatief zelfbeeld

Een negatief zelfbeeld komt vaker voor dan je denkt!

Vaak schamen mensen zich voor hun negatieve kijk op zichzelf en praten er niet over. Er zijn twee strategieën om ermee om te gaan die vaak worden gebruikt. De ene is terugtrekken en de andere is jezelf overschreeuwen, de clown uithangen.

Kinderen kunnen al op jonge leeftijd een negatief zelfbeeld ontwikkelen

Uit het vergelijken met anderen, thuis, in de familie, op school, kunnen kinderen al conclusies trekken in de vorm van:’ik kan dit niet’, ‘ik ben dom’ etc. Vaak zien ze de bevestiging steeds terugkomen en zeggen ze tegen zichzelf ‘zie je wel’.

De gevolgen van een negatief zelfbeeld

Het is logisch dat het ook een negatief effect heeft. Het kan een zichzelf vervullende profetie worden. Je krijgt stress dat je het niet kunt en door de stress gaan er dingen fout enzovoort. Als je je gaat terugtrekken doe je ook geen positieve ervaringen op en kun je ook veel leermomenten mislopen. Het schijnt dat mensen met een negatief zelfbeeld moeilijker een baan kunnen vinden en sneller lichamelijke klachten hebben. Ook psychische klachten als depressie of angstklachten komen eruit voort.

Wat kun je doen aan een negatief zelfbeeld?

Je kunt natuurlijk zelf aan de slag, eventueel met een zelfhulpboek. Toch blijkt het lastig vol te houden en misschien zie je niet alles zelf even goed. Dan kan je er hulp bij vragen. Het helpt wel om iemand te zoeken die er goed op in gaat. Het blijkt dat mensen de neiging hebben om tegen je negatieve denkbeelden in te gaan, complimenten gaan geven, maar dat dat juist niet werkt.

Hoelang blijf je dan last houden van een negatief zelfbeeld?

Je kunt je voorstellen dat als je al 30 jaar patronen van negatief denken over jezelf hebt, je daar niet zomaar vanaf bent. Het kost oefening en volharding om het vol te houden. Wel kan je na 3 weken al een gevoel hebben dat je de positieve richting opgaat en dat dat erg motiverend werkt. Blijf mild over jezelf! Denk aan hoe je een vriend/vriendin met hetzelfde zou behandelen. Uiteindelijk zal je er veel plezier van hebben!

Luister ook de Podcast Psycholoog over Negatief zelfbeeld

Het duurt bijna een uur, maar het is dan ook mooi volledig! Heel duidelijk komt naar voren wat een negatief zelfbeeld is, hoe het in stand wordt gehouden en wat de stapjes zijn om positiever over jezelf te gaan denken. Daar hoort ook ander gedrag bij, wat je veel kan opleveren!

Trauma

In het veelomvattende boek Traumasporen van Bessel van der Kolk staan voor mij heel veel herkenbare opmerkingen over trauma.

Hij bespreekt ongebruikelijke therapievormen, onderzocht op werkzaamheid bij het veranderen van de sporen van trauma of PTSS in het lichaam. Zo vond hij wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van yoga, mindfulness ademtraining en last but not least neurofeedback!

Eerder las ik niet veel over de toepassing van neurofeedback bij de gevolgen van trauma. Gezien het effect van trauma op het functioneren van de hersenen, is het eigenlijk wel heel logisch dat je er met neurofeedback ook wat aan kunt doen. Hij noemt dit herbedrading van de hersenen.

Er is een groot verschil tussen trauma dat bij kleine kinderen herhaaldelijk plaatsvindt en een eenmalige traumatische gebeurtenis in volwassenheid.

Bij misbruik dat herhaaldelijk plaatsvindt, met name door een persoon die vertrouwd wordt, ontwikkelen de hersenen anders dan normaal. Er ontstaat een heel systeem van overleving, met andere hersenverbindingen. Vaak ontstaan er leerproblemen doordat de hersenen niet toekomen aan leren. Hoe ingrijpender hoe complexer de behandeling.

Behandeling van trauma of PTSS gaat via verschillende vormen. Er is vaak sprake van hypo- of hyperarousal in de hersenen en de rest van het lichaam en met yoga/ mindfulness/ademtraining/EMDR en/of neurofeedback kan aan regulatie daarvan worden gewerkt. In de rechter temporale hersenen, ook het angstcentrum genoemd, is er vaak overmatige activiteit. Door via neurofeedback deze activiteit af te remmen, kun je de angst verminderen. Daarnaast is er teveel trage hersengolfactiviteit (Delta en Theta), met name in het frontale gedeelte waardoor er concentratieproblemen zijn. Dit lijkt op wat er aan de hand is bij AD(H)D en kan dus ook met neurofeedback behandeld worden. Als dit heeft geleid tot een meer stabiel zelfgevoel, kan er gewerkt worden aan problemen in het dagelijks leven met vormen van ‘praat’ of ‘spel’ therapie.

Hechting

Hechting

De laatste tijd kom ik regelmatig artikelen tegen over de invloed van hechting in de eerste levensjaren.

De eerste theorieën over hechting zijn geformuleerd door Bowlby. Uit onderzoeken die hij deed kwamen 3 hechtingsstijlen naar voren:

* veilig gehecht

* angstig gehecht

* vermijdend gehecht

Mensen met een vermijdende hechtingsstijl zijn geneigd emotioneel afstand te houden tot andere mensen. Angstig gehechte mensen zijn bang door anderen afgewezen te worden, maar willen wel contact met anderen. Het spreekt voor zich dat als je vermijdend in het leven staat, alle nieuwe stappen nogal wat van je vragen. Angstig gehechte mensen willen juist wel graag verbinding dus nemen wel nieuwe stappen, maar ondervinden daarbij stress.

Uit hersenonderzoek is gebleken dat de hersenen neurologische ‘paden’ ontwikkelen onder invloed van de hechting, waarbij de stijl verschillende paden tot gevolg heeft. Pijnlijke ervaringen, bijvoorbeeld van afwijzing, maken dat er een bescherming wordt ontwikkeld en dat er andere paden worden bewandeld. Het zenuwstelsel kan ook zo ontwikkelen dat er voortdurend alertheid is.

Er bestaat een sympatisch en een para-sympatisch zenuwstelsel. Het sympatische deel is voor de actie, hoort bij de alerte staat. Het para-sympatische deel hoort bij het ontspannen, de rust en het herstel.

Als het sympatische zenuwstelsel te actief is, kan er overspannenheid ontstaan en een gebrek aan herstel.

Bij burn-out is dit het geval; te weinig herstel, te weinig opladen van de energie met uitputting tot gevolg.

Wat kun je doen aan de gevolgen van een problematische hechting?

Het is altijd ondersteunend om te zorgen dat het para-sympatische zenuwstelsel voldoende ingeschakeld wordt. Dit kan heel goed met ademtraining.

Verder zijn er steeds meer therapieën ontwikkeld die gericht zijn op het veranderen en verbeteren van de neurologische ‘paden’ of circuits in de hersenen.

Er bestaan invasieve therapieën die heel direct iets in de hersenen doen. En er bestaan therapieën via visuele, auditieve, tactiele stimulatie en gesprekken gaan.

Zo is er EMDR, waarbij er op gebied van traumatische herinneringen veranderingen plaatsvinden in de hersenen.

Er is neurofeedback, waarbij je hersenactiviteit verandert: dat kan bestaan uit meer concentratiehersengolven (bêta) en minder slaapgolven (thêta).

En ook bij gesprekstherapie kunnen de paden of circuits in de hersenen verlegd worden.